Hoe begin ik aan een scenario ? | Acteur.be

←Alle artikels

focus
Hoe begin ik aan een scenario ?

Je hebt een idee, en je wil dat graag vertalen naar een scenario?
In dit artikel ontdek je hoe je daaraan kan beginnen !

Ter ondersteuning vind je hier een ‘lexicon’ met alle termen die je moet begrijpen voor het schrijven van een scenario!

Hoe begin je aan een scenario? ...niet meteen met het scenario!

Van pitch naar treatment

De eerste stap: de log line of de pitch! Je beschrijft je idee of universum in één zin (logline) of een drie-tal zinnen (pitch). Besteed hier de nodige tijd en zorg aan, de pitch is van groot belang om je project voor te stellen aan een producent, financierder of medewerkers!

Je begint met het schrijven van een treatment. Dit is een document ter voorbereiding van je scenario, in dezelfde lay-out (zie hieronder), waarin je de structuur van je verhaal uitzet aan de hand van een korte beschrijving van de opeenvolgende scènes zonder dialoog.

Je kan daarnaast ook een personagebeschrijving opmaken. In dit document beschrijf je afzonderlijk alle belangrijke personages in jouw verhaal. Dat kan fysiek zijn, maar ook wat achtergrondinformatie, belangrijke kenmerken, … Je kan dit document eveneens toevoegen wanneer je je scenario naar een producent verzendt. Eens je je scenario begint te ontwikkelen, kan dit natuurlijk ook jouw personagebeschrijvingen beïnvloeden en vice versa.
Deze twee documenten vormen de basis voor de verdere ontwikkeling van jouw scenario.

De lay-out van een scenario

Zowel je treatment als je scenario moeten in een specifieke lay-out worden opgemaakt. Voor alle andere teksten (pitch, synopsis, intentieverklaring, …) kies je de lay-out zelf.

De specifieke lay-out van een scenario werd in het leven geroepen om alle elementen van de driedimensionale wereld die jij in jouw verbeelding creëert (beeld, audio, lengte, …) op een zo helder mogelijke manier naar een tekst op papier te vertalen.

Dankzij deze lay-out komt in een scenario één pagina in principe overeen met één minuut schermtijd. Speelfilms variëren gemiddeld van 90 tot 120 pagina's en kortfilms van 5 tot 15 pagina’s.

Deze regels zijn essentieel en dragen bij aan de leesbaarheid van jouw project : houd je dus strikt aan deze lay-out voor jouw scenario!

Op de titelpagina van je scenario noteer je midden op de pagina de titel van je project, daaronder de versie (v1, V2.4, v35, …), en onderaan de pagina jouw naam en contactgegevens.

De paginanummers bevinden zich in de rechterbovenhoek. De titelpagina wordt niet genummerd.

  • Scenario's worden geschreven in lettertype "Courier", lettergrootte 12

  • Scène-titel : deze header beschrijft voor elke scène de context waarin de scène zich afspeelt. De titel wordt in hoofdletters bovenaan elke nieuwe scène geplaatst. Er moet worden gepreciseerd of de scène binnen of buiten plaatsvindt ("INT"-"EXT"), evenals de locatie en het tijdstip van de dag. De scène-titel bevindt zich aan de linkermarge.

    Bijvoorbeeld : EXT. STRAAT - DAG, INT. KEUKEN - NACHT, …

  • Actiebeschrijving : onder elke scène-titel beschrijf je de scène in detail. Waar zijn we, wat gebeurt er in deze scène, wat zijn de acties en bewegingen van de personages?

  • Naam van het personage : Wanneer een personage voor het eerst in beeld verschijnt in de actiebeschrijving (met of zonder dialoog) wordt zijn of haar in hoofdletters geschreven, om de lezer erop te wijzen dat een nieuw personage wordt geïntroduceerd in het verhaal.

    De naam van een sprekende personage wordt geplaatst in de lijn boven de dialoog, in hoofdletters en op 25 spaties van de linkermarge.

  • Dialoog : de woorden die een personage uitspreekt. De dialoog bevindt zich onder de naam van het personage, op 10 spaties van de marge.
     

Het is belangrijk om te verduidelijken of een personage zichtbaar in beeld praat, of offscreen (we horen de dialoog in geluid maar zien andere beelden op het scherm), of het gaat om een voice-over.

Je kan ook een dialoog-beschrijving toevoegen. Deze geeft aan de regisseur en acteur een indicatie hoe jij de dialoog graag gespeeld wil zien. De dialoog-beschrijving is optioneel, en enkel een indicatie! Je noteert deze cursief tussen haakjes onder de naam van het personage dat spreekt.

Bijvoorbeeld :                             KIM
                                                      (stil)
                                              Ik weet het niet.
 

  • Preciseer ook steeds scène-overgangen: de manier waarop de ene scène overgaat in de andere (CUT TO, FADE TO, …) of speciale effecten of narratieve technieken (FLASH BACK, JUMP CUT, SPLIT SCREEN), … Deze bevinden zich op 50 spaties van de linkermarge.

Neem zeker een kijkje in ons lexicon voor een duidelijke beschrijving van deze termen.

Indien je geen tijd wil verliezen aan het zelf opmaken van jouw scenario lay-out, bestaat er scenario-layout software, zoals Final Draft (de referentie voor scenaristen) of CeltX, een gratis alternatief dat ook voorbereidende functies voor de shoot als optie heeft.

Aan de slag met je scenario

Nu je de basics kent, gaan we over tot het effectieve schrijven van jouw scenario. Dankzij je treatment heb je een leidraad en de lay-out om aan de eerste versie van je scenario te beginnen. Nu moet je elke scène ontwikkelen, de beschrijvingen detailleren en dialogen toevoegen.

In je scenario beschrijf je alle elementen van de film die de kijker kan zien of horen : geluid, beeld, uiterlijk, gedragingen, bewegingen, dialogen, voice-over, locaties, … Alles wat je als kijker niet kan zien of horen, heeft geen plaats in jouw scenario! Je kan bijvoorbeeld geen gedachten of innerlijke gevoelens van een personage beschrijven, zoals je dat in een roman wel kan doen. Die informatie dien je te beschrijven aan de hand van expressies, dialogen, … in de tegenwoordige tijd!

Ook indien jouw verhaal zich afspeelt in de Middeleeuwen, of jouw personage een herinnering heeft aan een moment in het verleden (flash back), beschrijf je die acties in de tegenwoordige tijd. Voor het personage speelt de actie zich immers af op dat moment.

Show, don’t tell! Een goede oefening kan zijn om je ogen te sluiten en je de scène voor te stellen. Wat zie je, wat hoor je, hoe bewegen de personages zich doorheen de ruimte,  hoe praten ze, welke kleuren of licht zie je? Deze zaken dien je te beschrijven in je scenario.

Elke scène dient het verhaal verder te doen evolueren. Iedere scène duwt je protagonist verder in de richting van de climax, het einde dat je voor ogen hebt, zelfs indien dat een omweg betekent omdat je protagonist een bepaalde (‘foute’) keuze maakt. Een opeenvolgende reeks scènes met eenzelfde onderwerp of intentie vormen samen een sequentie.

Het is als beginnende scenarist(e) zeker een goed idee om enkele scenario’s te lezen en te analyseren. Wat spreekt je aan, wat niet? Vaak zijn scenario’s van bekende films online te vinden, zoals het scenario van American Beauty.

Vermits jouw scenario beschrijft wat de kijker te zien zal krijgen, doe je er ook goed aan om het standpunt waaruit de scène wordt ‘bekeken’ te beschrijven, zeker indien dat de sfeer of toon van de scène beïnvloedt. Wat laat de camera zien? Op welke manier? Gaat het om een close-up, longshot, vogelperspectief (hoog standpunt), kikkerperspectief (laag standpunt), …?

Dialogen

Het schrijven van dialoog kan voor veel scenaristen een uitdaging zijn. Een realistische dialoog zal niet per se dynamisch overkomen op het scherm. Bovendien dient ieder personage zijn eigen manier van spreken te hebben (woordenschat, uitdrukkingen, taalkennis) ... die misschien erg kunnen verschillen van jouw manier van praten. Hier kan de personagebeschrijving een behulpzame tool zijn.

In je dialoog beschrijvingen (ook emotie-richtlijnen genoemd) kan je ook non-verbale beschrijvingen van je dialoog toevoegen. Je kan pauzes specificeren (“beat”, een moment verstrijkt), intonaties toevoegen (angstig, boos, geschrokken, …) of de manier van spreken beschrijven (fluisteren, roepen, mompelend, …)

Aarzel niet om een geschreven dialoog hardop te lezen, met een partner of alleen. Dit zal je meteen op weg helpen om je dialogen te corrigeren waar nodig.
 

De 3-akten-structuur

Over het algemeen bestaat een klassiek scenario uit drie aktes.

Het staat je echter natuurlijk steeds vrij om je eigen structuur voor je scenario te ontwikkelen. Beperk je eigen creativiteit niet door jezelf binnen deze vorm te dwingen indien jouw verhaal een andere structuur vraagt. Je kan deze drie-akten-structuur gebruiken als basis voor jouw verhaal, maar het is jouw scenario.

Hieronder leggen we kort de klassieke 3-akten-structuur uit : 

AKTE 1 - Expositie ( 20 à 30 pagina's)

Tijdens deze eerste akte introduceer je de context (het universum, de personages en hun relaties tot elkaar) en de toon (romantisch, komedie, actie, horror, …) van je verhaal.

Je installeert je hoofdverhaal en introduceert daarin het hoofdpersonage. Je leidt dit personage doorheen de eerste akte naar het inciting incident. Deze actie confronteert de protagonist (hoofdpersonage) met het centrale conflict. Eens je personage dit conflict ontmoet, gaan we verder naar akte 2.

AKTE 2 -  Obstakels & confrontatie (45 à 60 pagina's)

Deze akte is het belangrijkste (en in proportie ook langste) deel van je verhaal. Bij het oplossen van het conflict stuit het personage op obstakels, moet hij of zij keuzes maken en een evolutie doormaken om deze obstakels te overwinnen.

De pogingen van de protagonist om dit conflict op te lossen of uit de weg te gaan, leiden tot het einde van de tweede akte.

De tweede akte is ook het moment om secundaire intriges te introduceren, indien je dat wenst.

AKTE 3 - De resolutie (25 à 30 pagina's)

In deze laatste akte wordt het conflict opgelost door een einddoel te confronteren (de climax).

Je kan de drie-akten-structuur bekijken als een spanningsboog, waarin de spanning steeds groter wordt en culmineert in de climax; het moment waarop het personage de confrontatie met het essentiële conflict moet aangaan, en alle vragen worden opgelost.

En nu?

Als alles goed gaat, heb je na verloop van tijd een eerste versie (first draft) van jouw scenario: een heldere en gedetailleerde beschrijving van jouw verhaal met uitgewerkte dialogen. Daar houdt het echter niet op. Je schrijft je scenario immers niet in één keer, maar blijft doorheen verschillende versies en feedbacksessies schaven aan jouw concept en verhaal, tot jouw ‘final draft’; de finale versie van jouw scenario waar de producent en regisseur mee aan de slag kunnen voor de shoot.

Aarzel niet om kritische feedback te vragen van de mensen om je heen. Ga in dialoog met verschillende mensen met uiteenlopende smaken en consumptiegewoonten om de leesbaarheid, geloofwaardigheid en benadering van je scenario af te toetsen. Wie weet hebben zij verrassende ideeën die jouw verhaal verder doen evolueren?

Een laatste opmerking: indien je dat wenst, kan je je scenario registreren bij een auteursrechtenorganisaties (SABAM, De Auteurs) voor je deze naar producenten opstuurt. Zo dateer je die versie van het script voor copyright doeleinden.